Soms heb je het geluk dat je een theatervoorstelling ziet die je raakt, ontroerd, waar je je eigen interpretatie aan kunt geven en waar je na afloop een goed (filosofisch) gesprek over kunt hebben. Dit geluk hadden mijn zoontje (5,5 jaar) en ik zaterdag 1 juni bij de voorstelling Astèria van Tg Signum bij het Delft Fringe Festival in het Rietveld Theater.

De voorstelling speelt zich af in een groot rond vlak, gevuld met aarde en omringt door servies. Op de achtergrond worden omgekeerde beelden geprojecteerd op de muur. De spelers zitten in ‘een andere wereld’ volgens mijn zoontje. Ook ik ervaarde het als een intieme en bevreemden beeld. Dat echter goed tot zijn recht kwam in de zaal van het Rietveld theater.  

In de vooraankondiging gaf Tg Signum aan dat hun voorstelling gaat over “iedereen die zich wel eens onbegrepen voelt, voor iedereen die zou willen dat de wereld iets kleurrijker is, voor iedereen die droomt.” Ik zag in Fengali (de mannelijke speler), de ouder die balanceert tussen het beschermen en loslaten van je kind(eren). Mijn zoontje noemde Fengali een opa die overal bang voor is en veel verhalen kan vertellen. Maar toch wil Asteria zelf naar huis gaan en zelf avonturen beleven. Uit deze twee interpretaties wordt duidelijk dat het een stuk is waar ieder voor zich een betekenis uit kan halen. Dit kwam ook naar voren in het gesprek dat ik achteraf had met makers Stephanie Kersbergen en Ali Shafiee. Waar het stuk volgens hen precies over ging lieten ze namelijk in het midden toen we er naar vroegen. Ze lieten het over aan onze eigen interpretaties. Het doel van de makers van het theaterstuk is om de doven en horenden culturen samen te brengen. Daarnaast willen zij de voorstelling toegankelijk maken voor een breed publiek en werken om die reden het liefst met van elkaar verschillende acteurs samen. In dit stuk zijn het een man en een vrouw, deze zijn ‘jong’ en ‘oud’, doof en horend. Toevallig hebben zij beide ook nog een verschillende culturele achtergrond.

De acteurs spelen vloeiend samen. De mimiek en expressie van Ali is erg overtuigend en sterk. Het gebruik van de gebarentaal lijkt voor Stéphanie een gewoonte. Zo natuurlijk gaat haar dat af. De gebarentaal is zo verweven in het stuk dat het mij na 10 minuten niet meer opviel. Ik zag het wel, maar het hoorde gewoon zo. Dit had mijn zoontje ook. Pas bij de ontmoeting kwam hij er achter dat Ali écht doof was en daarom de gebarentaal en en tolk nodig had om te kunnen ‘horen’. Hij is er een paar na de voorstelling nog steeds mee bezig over hoe het is om niets te kunnen horen. Zo zaten we bijvoorbeeld in de auto toen hij opeens vroeg: “Hoort die meneer dan ook de motor van de auto niet? Wat gek!”.

Na afloop stond er in de foyer van het Rietveld Theater (gratis) limonade klaar voor de kinderen. Mijn zoontje vindt het altijd leuk om dit op het balkon (de trap op in de foyer) op te drinken. Dit kan ook meteen een mooi moment zijn om met anderen over het stuk te praten. Zo hoorden wij van anderen dat ze erg geraakt waren door het stuk. De ene zag in de voorstelling het thema ‘weeskinderen’ terug en een andere vond het op het verhaal van ‘Le Petit Prince’ lijken. Ook kinderen stelden onderzoekende vragen rondom doofheid: “Als hij niet kan horen en praten, kan hij dan wel lezen?” bijvoorbeeld. Het zou ook heel mooi zijn om na afloop van het stuk zowel doven, slechthorenden en horenden met elkaar in gesprek te brengen over het stuk!

De familievoorstelling is interessant voor iedereen van 6+ Maar kijk wel naar je kind wat bij hem of haar past. Deze voorstelling is tekstueel erg sterk en heeft ook een filosofisch karakter. Kan jouw kind 30 minuten rustig kijken en luisteren dan is deze voorstelling zeker een aanrader. Mijn zoontje heeft ademloos gekeken en vond de voorstelling mooi en gaf de hoogste score in het Delft Fringe Festival puntensysteem van 5 sterren. Voor meer informatie en hun speellijst kijk je op de website van Tg Signum.